Uit oude tijden: In de oude parochiekerk van Blitterswijck waren in de late middeleeuwen diverse zijaltaren opgenomen. Een van deze altaren was in 1485 toegewijd aan de H. Antonius. Aan dit Antoniusaltaar kan in de vijftiende eeuw al een broederschap verbonden zijn geweest. Bewijsstukken ontbreken echter tot dusver.

Wel bezat Blitterswijck toen reeds een broederschap van de Heilige Maagd Catharina genaamd. Met toestemming van de Luikse bisschop Ludovicus de Bourbon was op 26 februari 14601 nl. een altaar in de kasteelkapel van Blitterswijck gesticht, waarin verwezen werd naar voorgenoemde broederschap in de parochiekerk. 

Over de oudste heren van Blitterswijck vinden wij een eerste vermelding in 12292, als Willem van Blitterswijck in oorlog is. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Walram en diens erfgenamen. In de dertiende eeuw worden inwoners van Blitterswijck genoemd, die onder de speciale bescherming stonden van de Luikse hoofdkerk St.-Larnbertus.

In 1265 hadden zij met inwoners uit Velp bij Grave, Escharen, Haps, en Heeswijk onder Cuijk beschutting gezocht bij deze kerkelijke instantie. In het begin van de veertiende eeuw, toen Blitterswijck nog een ‘`villa”of grote nederzetting werd genoemd, was de heer van Blitterswijck met een serie onderleenmannen een rechtstreekse leenman van de hertog van Brabant, aldus het oudste Brabantse leenboek in het rijksarchief in Brussel. Dit is zo bijzonder, omdat Blitterswijck in het latere Land van Kessel gelegen, rondom door Gelderse graven werd beheerd. De heerlijkheid en het huis of kasteel van Blitterswijck werd als een Cuyk-leen uitgegeven. Later is dit grote leengoed kennelijk verduisterd, toen de leenhof van Cuijk in de vijftiende eeuw in Gelderse handen geraakte en Grave en het Land van Cuijk in de zestiende eeuw via Willem van Oranje bij het huis Oranje-Nassau kwamen. Uit een kopie van een leen- en cijns-(=belasting)register van de heerlijkheid Wanssum en Blitterswijck uit 13803 kan worden opgemaakt dat de heren van Blitterswijck in de veertiende eeuw, en wellicht reeds daarvoor, reeds gerechtigd waren een eigen (onder)leenhof te voeren.  

In een afschrift van een oorkonde uit 16284 blijkt dat het Blitterswijckse gilde actief heef meegewerkt aan de opbouw van een nieuwe pastorie, welke gebouwd werd in de buurt van de “Alden Wedenshoff” nabij het kerkhof.

Op 21 oktober 1668 staat het gilde van Sint-Antonius vermeldt, waarvan de officie op de feestdag op het hoogaltaar gedaan werd. Het Sint-Antoniusaltaar werd reeds in 1485 vermeld.
In 17025 was het gilde kennelijk zeer goed bij kas want het leende aan de plaatselijke parochiekerk een voor die tijd aanzienlijk bedrag ter grootte van 150 gulden tegen 4% rente.

Op een plattegrond van Blitterswijck uit 1779 is de schietboom van het gilde duidelijk ingetekend.

Sinds oude tijden bestond het Sint-Theunisgild tevens boogschuttersgilde; daarnaast vormden reeds in de zeventiende eeuw de jonggezellen een afzonderlijke schutterij die later verviel.
Vanaf het Franse tijdperk werden de zgn. gilderenten aangeslagen. In enkele kostenposten van het kasteel Blitterswijck van 17506 zien wij een uitgave voor bijvoorbeeld de aanschaf van een pistool ter waarde van 10 gulden Hollands. Diezelfde rekeningen en andere maken melding van een betaling van twintig en meer guldens aan de “jongesellen” of het “Joncke volck”. De heer van Blitterswijck schonk dit aan de jonge gildebroeders om te leren schieten.
Later nam het armbestuur van Blitterswijck deze regeling op zich en betaalde aan het gilde de rente uit. Tussen de jaren 1823 en 1832 werd door het armbestuur uitbetaald:

  • “Aan de Gilde drie malder gerst (volgens erffractie)”,
  • “Aan den pastoor voor de gildenmissen in Kleefsch 12 gld. 9 st.”, en
  • “Aan den koster 5 gld. 14 st.”. In 1915 werd door het armbestuur uitbetaald en opgetekend:
  • “Aan de gilde voor 4 hectare; 80 liter gerst (ca. 3 malder gerst) / voortaan vast f 24,00”.
  • “Aan de pastoor f 5,41½”, en
  • “Aan de koster f 2,48”.

De vierentwintig gulden werden tot 1974 betaald door de Gemeente Meerlo-Wanssum.

Omdat alle geschreven stukken in de Tweede Wereldoorlog verloren waren gegaan werd in 1955 een nieuw reglement opgesteld. Dit is het oudste document in het bezit van het gilde. 

In 1957 telde het gilde 24 leden en er waren twee jubilarissen: dhr. Cobus Vissers en dhr. Petranus Gooren, beiden zestig jaar lid. 

Op 29 april 1958 werd er een vergunning afgegeven voor het bouwen van een kapelletje. Tijdens de bouw is er een rol ingemetseld met de namen van de toenmalige leden. De totale kosten van het kapelletje bedroegen f 495,71 en voor het hierin opgenomen beeld van de H. Antonius Abt werd f 165,00 betaald. Om deze kosten te dekken werden in het dorp zgn. barakwedstrijden gehouden. Het kapelletje is op 28 januari 1959 kerkelijk ingezegend. Op 7 juni 1961 is er voor het beheer van het kapelletje een stichting opgericht welke staat ingeschreven en getekend door: H. Verberkt, P.H. Ingenpass, Th. Peeters en M.W. Verbaarschot. 

Op 15 juni 1974 is er door het gilde voor de eerste keer het “bierkruien” gehouden. Dit is ontstaan naar aanleiding van een discussie over de vierentwintig gulden die men van de gemeente kreeg, als vermeende afkoopsom voor twee vaten bier. De brouwerij in Arcen was bereid om twee vaten bier gratis aan het gilde te schenken, als de gildebroeders deze per kruiwagen zouden kwamen ophalen. Dit “bierkruien” is inmiddels een jaarlijkse traditie geworden
Kruiwagen

Het kan bijna niet waar, “zijn het an de gilt en hij liert wel drinke” maar in Blitterswijck gaat dit nog op. Daar gaan zij het bier halen op de kruiwagen bij de brouwerij in Arcen. “De Hertog Jan” brouwerij aan de Maas, zo’n tien km, vanaf Blitterswijck. De heenweg wordt in dit dagprogramma niet gelopen, maar de terugweg wel. Een groep bierkruiers van het gilde meldt zich bij de bierbrouwer en begint vervolgens met twee kruiwagens met ieder een ton bier van 50 liter aan de terugweg. Eerst de Maas over via het pontveer. Onderweg kan gewisseld worden van kruier. Aan de grens van Blitterswijck staan de andere gildebroeders hun kameraden op te wachten om hen       met een rondgang door het dorp naar het gildehuis te begeleiden 

In de jaren zeventig werd ieder jaar in de zomer aan de Maas een gildefeest gehouden waarbij men ook telkens een Brüderschaft uit Duitsland uitgenodigde. Op 10 juni 1977 werd een tegenbezoek aan de Sint-Hubertus Schutzenbrüderschaft uit Gladbach gebracht. Dit was de eerste maal, voorzover men kon nagaan, dat het gilde weer in groepsverband tijdens een optocht liep, zij het ongekostumeerd en ongedisciplineerd. Onderweg had het merendeel van de gildeleden de optocht verlaten m.n. om de dorstige kelen te laven. Het was er ook wel erg warm en de optocht was “vele” kilometers lang.  

Mede door pastoor A. Raijmakers (1977-1980) die tijdens de jaarvergaderingen het oorspronkelijke doel van de St.Antoniusgilden besprak, gingen vanaf 1978 de leden van het gilde trouw de “hemel” dragen tijdens de sacramentsprocessies in Blitterswijck. In 1980 stelde het gilde aan de parochiekerk een nieuwe “hemel” ter beschikking. De draperieën hiervan werden door mevrouw Noy uit Meerlo en nog enkele dames van fraai borduurwerk voorzien. Zij werden daartoe geïnspireerd door de gastvrouw van het gildehuis, tante Jet, toen zij tijdens een bejaardenwandeling even neerstreken in Het Veerhuis.  

Nieuw begin: In het begin van 1981 is er door de toenmalige Overheid van het gilde contact opgenomen met het gilde van Geijsteren over het zgn. -heractiveren- van het gilde. Dit had als resultaat dat het gilde op 22 augustus 1981, in Geijsteren, voor het eerst sinds lange tijd de jaarlijks terugkerende wedstrijd om het koningschieten organiseerde. De openingsschoten werden verricht door burgemeester Dittrich en pastoor Holtus en Koning werd Henny Vissers. De volgende stap die snel werd genomen was de aankoop van een eigen geweer, waarna de koning een tweede geweer cadeau gaf.

Eind december 1982 kocht het gilde de oude uniformen van het St.-Annagilde uit Venray. De uniformen werden compleet gedragen met uitzondering van de petten, deze werden vervangen door gildehoeden. In het begin van 1983 werden zeven trommen overgenomen van het gilde van Well en zes trommen van het gilde van Geijsteren. Zaterdag 16 juli 1983, bij het inhalen van de nieuwe koning Jan Stoks, verraste het Gilde het dorp met de presentatie van een Gilde, volledig met tamboers, (processie-)vaandel, koningspaar en gekostumeerde leden. Op zondag 17 juli werden tijdens een Gildemis, met medewerking van het gilde uit Geijsteren, de kostuums kerkelijk ingezegend.

27 januari 1984 trad het gilde officieel toe tot de kring van schuttersgilden “Land van Cuijk” en op 20 mei van dat zelfde jaar was het dan zover; deelname aan de eerste kringgildedag te Beugen, een prachtige en gedenkwaardige dag.

1              Algemeen Rijksarchief_Limburg, Maastricht. Fonds: Handschriften 18A inv.nr. 123 bl.33

2              Aangehaald handschrift. folio 23.

3              Rijksarchief Maastricht, Archief heerlijkheid Wanssum en Blitterswijck, inv.nr. 100. 4              Handschrift inv.nr. 123 folio? 5              Handschrift inv. nr.12 3, folio 28

6              inv.nr. 123, folio?